Mensbeschouwing

 

Inhoud

Mijn mensbeschouwing. 2

Inleiding. 2

De invloed van Hans Meijer 2

Hoofdstuk I. De Moderne tijd. 2

1. De Verlichting, Rationalisme en Romantiek. 2

2. De late jaren 1950 en daarna. 3

Hoofdstuk II. Mystiek. 3

1. De innerlijke wereld. 3

2. Mythologische geloofsvoorstellingen. 3

3. Onbewuste oerbeelden en het Christendom.. 4

Hoofdstuk III. Theologie in beweging. 4

1. Mens durf te weten! 4

2. Hoe omschrijf ik God?. 4

3. Jezus ontvangt de Geest van God. 4

4. Het hiernamaals. 5

5. Het Kruis als verzoening. 6

6. Een post-theïstisch zondebegrip. 6

Hoofdstuk IV. De mens als zingever 6

1. Is onze wereld maakbaar?. 6

2. De interpreterende mens. 7

3. Mijn mystieke wereld. 7

Conclusies. 7

Literatuur 8

Bijlagen. 9

Mythes en symbolen. 9

Maslow. Zes niveaus van menselijke behoeftes. 10

Erik Erikson. Acht levensfase. 10

 


Bernard Sietses,  2021

 

Mijn mensbeschouwing

 

 

·       ‘Elk mens die leeft waardeert. Een leefwereld is een waardenwereld. Want leven is liefhebben en haten en achteloos voorbijgaan. Leven is voorkeur en afkeer, onverschilligheid en intens met iets bezig zijn. Leven is dingen moeten doen, die je niet graag doet en dingen niet kunnen doen, die je dolgraag zou willen doen. Elke mens heeft zo zijn eigen wereldje’.

·       ‘Waarderen is zingeven. Elk mens is een zingever. Iedereen brengt zingeving dagelijks in de praktijk’.

·       ‘Elk mens is een eigen zijn, met een eigen aard. Dit eigen ZIJN is geen vast omlijnd, massief blok. Het is eerder een kunnen-zijn, een taak die volbracht moet worden. Elk mens heeft een onbekend aantal mogelijkheden die naar verwerkelijking dringen’.

·       ‘Een mens leeft geschiedenis. Hij moet zichzelf voltrekken. Het ‘ik’ is een levensgeschiedenis, die zich in verschillende fasen voltrekt.’

Th. v.d. Vossenberg

 

Deze prozaïsche tekst geeft een eerste impressie over de inhoud van dit weblog!

 

Inleiding

 

Als eerste stel ik de vraag waarom mensen meer en meer de kerk verlaten.
Wat is de situatie waarin we terecht zijn gekomen?
Waarom heeft de kerk als drager van het Christelijk geloof het zo moeilijk?

Waarom kiezen kerkgangers een alternatieve weg als het gaat om de verrijking van hun geestelijk leven?
Is de boodschap van de Christelijke kerk niet meer van deze tijd?

Is het niet zo dat geloofswaarheden, op grond van nieuwe theologische inzichten, inhoudelijk moeten worden bijgesteld?

 

Veel vragen, hoe vinden we hierop antwoord?

Het blijkt dat een plaatselijke predikant, Hans Meijer, mij een denkrichting kon geven. Dit gebeurde eind jaren 2010.

De invloed van Hans Meijer

Tijdens een kerkdienst boeit Ds Hans Meijer zijn toehoorders niet alleen met een heldere, goed te begrijpen verkondiging maar geeft ook -waar nodig- een eigentijdse interpretatie van Bijbelteksten.

Hij creëert een religieuze omgeving waar ik me goed bij voel.

 

Samen met mijn vrouw bezocht ik verschillende van zijn ‘leerhuizen’. Hij gaf daar informatie met een inhoud die mij deed opleven. Deze sloot niet alleen aan bij wat ik jaren geleden al had gehoord en gelezen, maar vooral ook bij mijn eigen denken en beleven. Allerlei dingen werden mij duidelijk, met name dat er een overtuigend verband is te leggen tussen geactualiseerde geloofsvoorstellingen en onderwerpen uit de filosofie en psycho-analyse. Aanleiding voor mij om hiervan studie te gaan maken.

Vanaf 2018 ben ik me gaan verdiepen in de meer recente theologie met daaraan gekoppeld onderwerpen uit andere bronnen. Te vinden in de literatuurlijst.

 

Hoofdstuk I. De Moderne tijd

 

Kunnen we greep krijgen op de wijze van denken van de hedendaagse mens?

Ja, dit gebeurt wanneer men kennis neemt van datgene wat in de afgelopen eeuwen is gebeurd!
De Renaissance kan worden aangewezen als dé periode waarin de geschiedenis van de West-Europese cultuur begint. Hiermee breekt de ‘moderne tijd’ aan.

 

Tot in de 16e eeuw heeft de kerk het vol gehouden: de waarheid werd in een geloofsleer verpakt en als objectief aan de ‘gelovigen’ doorgegeven. Andersdenkenden werden gestraft.
Het probleem bleef echter dat ieder mens op een eigen subjectieve manier waarneemt en denkt. Het bleek onmogelijk om iedereen op dezelfde wijze te laten ‘geloven’.
Zie ook 12, hfd 3

 

De Verlichting was een reactie op een dogmatisch autoriteitsgeloof. Er ontstonden twee hoofdstromingen, het Rationalisme en de Romantiek.

 

1. De Verlichting, Rationalisme en Romantiek

 

Het Rationalisme, de prioriteit van de rede

Tot in de Middeleeuwen werd de Christelijke Religie voorgeschreven door specialisten, geestelijken die op de hoogte waren van de kerkelijke leer.
De filosoof
René Descartes (1596-1650) bracht hier verandering in door de religie niet meer als allesbepalend uitgangspunt te nemen. In plaats daarvan gaf hij het menselijke verstand de prioriteit. Zijn gedachtegoed werd bekend onder de naam rationalisme, een stroming die het denken tijdens de Verlichting zou gaan bepalen . 40

Nieuwe vragen werden gesteld zoals:
waarvoor zouden we God nog nodig hebben als ons eigen verstand toch ook antwoord kan geven op onze zingevingsvragen?
En, wat moeten we met een kerk die ons wil overtuigen van haar eigen gelijk, van datgene waarvan zij zeggen dat het de absolute waarheid is?


Jaren later kreeg het filosofisch denken van Descartes (ook) een vervolg bij
Immanuel Kant (1724-1804). Hij geeft religie een plaats binnen de grenzen van de rede!
Kant geeft als aanvulling dat - naast de rede, ‘het ware’ (de wetenschap) - elk mens beschikt over twee andere ingangen om zijn wereld te kennen. Deze zijn gericht op ‘het
goede’ (de moraal) en ‘het schone’ (de esthetiek). 42, pg121. Ze vormen de basis voor de Romantiek.


De Romantiek, de prioriteit van de intuïtie en het gevoel

Als reactie op het rationalisme ontwikkelde zich de Romantiek, waarbij men zich richtte op grote gevoelens en hartstochten. Een bekend vertegenwoordiger van deze stroming was de filosoof Jean Jacques Rousseau (1712-1778). Hij ging ervan uit dat de mens bij de schepping goed was en pas later door de zonde werd bedorven. Rousseau was van mening dat de oorspronkelijke toestand weer zou moeten worden hersteld en zag daarvoor een mogelijkheid. De mens, vond hij, is namelijk niet helemáál bedorven. In hem leeft nog altijd een ‘instinct divin’ (goddelijk instinct), en een ‘céleste voix’ (hemelse stem) die hem tot het goede aanspoort. Dit is zijn geweten, zijn intuïtie, zijn gevoel. Bovendien bezit elk mens de vrijheid om naar deze stem te luisteren. Rousseau zag hierin het meest wezenlijke van een mens, zijn ware natuur. De boodschap van Rousseau was dat de mens in bestemming en naar zijn existentie is aangelegd op het goede. 55 pg 91

 

Conclusie

Het belangrijkste kenmerk van de Verlichting is dat de theologische antropologie verandert in een filosofische antropologie. Een filosofie die zich in eerste instantie richt op de mèns, een mènsbeschouwing gezien vanuit een filosofisch gezichtspunt.

Het is de méns die de grondslag wordt van alles wat er gebeurt. Men wilde niet meer zoeken in ‘een hogere werkelijkheid’. De méns neemt de plaats in van God.

Het nieuwe uitgangspunt wordt de wereld zoals deze zich voordoet. Als realiteit, voor de mens waarneembaar.

 

Eind jaren 1950 krijgt de Moderniteit een nieuwe fase. Het póstmodernisme doet zijn intrede!
Wat zijn hiervan de kenmerken?

 

2. De late jaren 1950 en daarna

Het postmodernisme

Het postmodernisme is een cultuurstroming die ontstond aan het eind van de jaren 1950. Kenmerkend ervan is de radicale twijfel aan waarheid zoals die wordt opgeëist door systemen die hun eigen wetgeving vaststellen. Het gaat daarbij om de ‘grote verhalen’ die waarheid claimen, zoals gebeurt in de politiek en in de theologie.

 

Eigen ervaringen in de jaren 1960/1970

In het gereformeerde milieu waarin ik opgroeide stonden de waarden en normen vast, ze waren een richtlijn voor mijn opvoeding. Ze domineerden zowel thuis als op school, in ‘onze’ politieke partij als in ‘onze’ krant. Ik herken mezelf helemaal in de boeken van Agnes Amelink, 52 en van Wim Wijnands, 53.
De gereformeerde identiteit werd op mij als kind en jeugdige overgedragen. Mijn adolescentie en de jaren die daarop volgden vielen volop in de tijd van het postmodernisme.

In de vele gesprekken die ik had met familie en vrienden was ‘wereldbeschouwing’ nogal eens het onderwerp. Ik voelde me thuis in de gesprekken waar gereformeerde waarden onder de loep werden genomen. Niet alles voor zoete koek aannemen, maar vragen naar achtergronden. Om die reden vond ik de publicaties van de theoloog Harry Kuitert (1924-2017) bijzonder interessant. Hij bracht onder woorden wat ik - vaak latent- van belang vond.

Overigens drong het kritische gedachtegoed uit de Verlichting pas jaren later door. In dat proces was Harry Kuitert één van de theologen met een baanbrekende rol!

Ook de psycholoog Abraham Maslow maakte op mij veel indruk. Hij richtte zich op een optimale ontwikkeling van het méns-zijn. Worden wie jìj bent. Opklimmen naar zelfverwerkelijking en zelfs naar zelfoverstijging. 23

 

Vijftig jaar later

Het postmodernisme heeft geleid tot persoonlijke emancipatie, het mogen zijn wie je bent. Een positieve ontwikkeling, zeer zeker. De keerzijde is echter dat deze vernieuwing gepaard is gegaan met een op hol geslagen individualisme en weinig of geen interesse voor de medemens. Met als gevolg sociale vereenzaming.

Daarnaast heeft het geleid tot oppervlakkigheid, een toenemend materialisme en overdreven gerichtheid op eigenbelang.

 

Hoe verder?

 

Tot nu toe gaf ik een indruk van de ontwikkelingen in onze samenleving. Het volgende hoofdstuk richt zich op het individu, de mens die niet alleen bewust maar ook onbewust zijn leven leidt.

Hoofdstuk II. Mystiek

 

Op welke wijze maakt een mens kennis met zijn wereld? De filosoof Klukhuhn geeft een verrassend antwoord.

1. De innerlijke wereld

 

André Klukhuhn (geb.1940) geeft in zijn theorie aan dat het menselijk bewustzijn in twee helften gesplitst kan worden, een wereld buiten ons en een wereld binnen ons. Elk mens heeft verschillende toegangswegen naar het kénnen van zijn wereld, het zijn vier ken-wijzen:

- De wetenschap staat aan de ene kant van het bewustzijn. Deze staat voor objectieve kennis, waarneembaar en toetsbaar.

- Het mystieke bevindt zich aan de andere kant. Kenmerken hiervan zijn de oerbeelden, het heilige, het goddelijke. Mystiek wordt belééfd, subjectief.  Mystiek is nauw verwant aan Religie.
- Kunst is verweven met mystiek. Kunst is subjectief, emotioneel en artistiek. 42 pg 22

- De filosofie staat in het midden, overkoepelt wetenschap en mystiek.

 

Wetenschap en mystiek zijn als twee tegenpolen op elkaar aangewezen. Ze zijn van elkaar afhankelijk als yin & yang, als vrouwelijk & mannelijk, als donker & licht.

Op dezelfde wijze staan ook intuïtieve & rationele handelingen op gespannen voet, uiterst verschillend en tegelijkertijd gedwongen tot samenwerking. Het bestaan van deze dualiteit wordt door de psycholoog Daniel Kahneman (geb. 1934) bevestigd.
Hij analyseerde de wijze waarop mensen beslissingen nemen. Op grond van wetenschappelijk onderzoek stelde hij vast dat dagelijkse beslissingen voor ca 95% op intuïtieve basis worden genomen. De overige beslissingen worden rationeel doordacht. Slechts 5% dus!
21

 

Wat we kunnen constateren is dat de binnenkant van ons bewustzijn dominant aanwezig is. Onze beslissingen zijn meestal gebaseerd op intuïtie en impulsen.

Om die reden richt ik me op de mystieke kant van het bewustzijn.

Te beginnen met ‘religie’, daarna ‘oerbeelden’.

2. Mythologische geloofsvoorstellingen


Als inleiding de mening van enkele theologen.

 

‘Mythologische geloofsvoorstellingen zouden moeten worden toegespitst op ons hedendaagse leven. Niet als waar gebeurde beschrijvingen van een werkelijkheid’. 12 pg 18. Dit zegt Rudolf Bultmann (1884-1976). Hij is van mening dat de verkondiging van het evangelie inhoudelijk vernieuwd moet worden.

De mythologische voorstellingen zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk op onszelf en op ons bestaan wil geven.

 

Rochus Zuurmond (1930-2020) dringt er op aan dat de Bijbelse boodschap opnieuw geijkt moet worden op zijn oorsprong. De reden daarvoor is dat kernwoorden als ‘God, geloof, schepping, Zoon van God’ een betekenis hebben gekregen die op dit moment meer verduisteren dan verhelderen. 08, pg 84


Caspard Labuschagne (1929-2019) schrijft dat hij ervan overtuigd is dat de godsvoorstelling van veel mensen gebaseerd is op een veelvoud van misverstanden. Daarom kun je beter bij de bron van vele misvattingen beginnen. Hij publiceerde hierover een voortreffelijk boek met de titel ‘Zin en onzin rond de bijbel’. 10

Nico ter Linden (1936-2018) geeft als kenmerk van geloofsverhalen ‘Het is wel waar, maar het is niet echt gebeurd’. Hij wilde de Bijbel beslist niet als een verslag lezen van concreet waarneembare gebeurtenissen. Daarentegen zou de lezer zich moeten richten op de diepere bedóéling die schuil gaat achter elk verhaal.

Als levenswerk schreef ter Linden de zesdelige serie ‘Het verhaal gaat ...’, een hervertelling van de verhalen uit de Bijbel. 04

Daarmee wilde hij de bijbellezer ondersteuning bieden.

 

Mijn conclusie?
Voor wat betreft de Christelijke religie is de Bijbel hét middel om toegang te krijgen tot de mystieke binnenwereld van een mens.

De bijbelteksten zijn geschreven in een Religieuze Taal die wordt gekenmerkt door religieuze mythen en symbolen. Ze zijn niet objectief zoals je van non-fictie boeken verwacht. Het zijn teksten die zijn geschreven vanuit subjectieve, vaak profetische gezichtspunten. In een tijd die ver weg staat van de onze.

 

Het is Carl Jung die in zijn psycho-analyse de invloed van het onbewuste aantoont. Het bevindt zich binnen de innerlijke wereld van het menselijk bewustzijn. Het is een verborgen kracht die elk mens veel dieper beheerst dan hij zelf beseft.

 

3. Onbewuste oerbeelden en het Christendom

 

De psychiater Carl Jung (1875 – 1961) is ervan overtuigd dat de menselijke psyche deel uitmaakt van een collectief onbewuste. Hij noemt dit de machtigste kracht in de persoonlijkheid. Het bestaat uit overgeërfd psychisch materiaal wat bij de hele menselijke soort onbewust aanwezig is.

Welke mystieke krachten zijn afkomstig uit dit collectief onbewuste? Het zijn de oerbeelden (of ‘archetypen’). 30

Jung noemt onder meer de volgende oerbeelden: de Oermoeder, de Goddelijke Zoon, de Maagd, de Duivel, de Slang, het Beest, de Held, de Oude Man, de Maan, de Zonnegod, de Wind, het Water, de Zee, het Vuur.

 

De inhoud van zo’n oerbeeld kan verschillen. Neem bijvoorbeeld de ‘Oermoeder’. Zij is de goddelijke vertegenwoordiger van vruchtbaarheid, moederschap, liefde, geluk en wijsheid. Ik noem enkele: Isis in het oude Egypte, Aphrodite in de Griekse oudheid, Ishtar in Babylon en Freya bij de Germanen. De godin Freya was mooi, machtig en strijdlustig.

Kenmerkend voor oerbeelden is dat ze in elke cultuur de eigen religie overstijgen. Met behulp van Wikipedia heel overtuigend te lezen bij    het scheppingsverhaal   en   de zondvloed   en   de onsterfelijke ziel   en   het dodenrijk.

Bestaat er een relatie tussen oerbeelden en Christendom?

Ja zeker, zegt de theoloog Tjeu van den Berk, deze is juist fundamenteel: de christelijke leer is gebaseerd op universeel aanwezige oerbeelden (archetypen). 01

 

Hoofdstuk III. Theologie in beweging

 

De mystieke zone werd eeuwenlang beheerst door de godsdienst. Tijdens religieuze bijeenkomsten werd het geestelijke bewustzijn gestimuleerd en inhoudelijk gevuld. Een steeds groter wordend knelpunt bleek echter dat men bij die invulling steeds meer achterbleef bij natuurkundige en filosofische ontwikkelingen. Ook geloofsvoorstellingen gaan mee met de geest van de tijd. Een samenleving is nu eenmaal in beweging en afhankelijk dáárvan komen mensen op nieuwe gedachten. De vraag is hoe hiermee om te gaan, terughoudend of kritisch denkend. Hierover het volgende.

 

1. Mens durf te weten!

In de 20e eeuw vond een omslag plaats waar het gaat om de wijze waarop men Bijbelteksten interpreteerde. De waardering voor traditionele en daarmee geruststellende kennis verminderde gaandeweg. Er ontstond een kritische houding, nog sterker, deze houding werd hét middel voor het verwerven van geldige kennis.

Er was een drang om geloofsvoorstellingen te vernieuwen, te actualiseren. Men wilde in de pas lopen met filosofische ideeën die als kenmerk hebben zich voortdurend te ontwikkelen.

 

De socioloog Meerten ter Borg vraagt zich af waarom gelovigen zo vaak vast houden aan traditionele, orthodoxe kennis. Ook al is die verouderd. Er is blijkbaar moed voor nodig, zegt hij, om een standpunt in te nemen dat afbreuk doet aan datgene wat men gewend is. Men raakt erdoor in verwarring.
Ter Borg roept mensen op met de slogan
Durf te weten! “We zijn vrij om te geloven en ons geloof te kiezen. Het ‘durf te weten’ impliceert de harde waarheid dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons geloof en onze traditie”. 19, 2010, hfd II,5

 

Als ik als uitgangspunt neem dat ik ‘durf te weten’, wát wil ik dan precies weten? Wát zijn de onderwerpen die ik aan de orde zou willen stellen? Daarover gaat het in dit hoofdstuk.

 

2. Hoe omschrijf ik God?

 

Een antwoord van twee theologen:

 

Carel ter Linden (1933) geeft een omschrijving die mij het meest aanspreekt. Hij zegt ‘Het zijn dragende krachten zoals trouw, liefde, mildheid en rechtvaardigheid die het leven en deze wereld bijeen houden. Ze zijn transcendent van karakter. Ze stijgen uit boven ons begripsvermogen. Ze komen niet uit ons voort, ze zijn op de een of andere manier met dit leven verweven en gaan daarom aan ons mens-zijn vooraf. De beeldende geloofsverhalen in de bijbel maken dit duidelijk. 03, pg 130 ev

Rick Benjamins (1952) geeft een aanvulling. Hij ziet God niet als een almachtige die de wereld naar zijn hand zet.
Hij schrijft ‘
God is een ZIJNDE die in de mens zelfoverstijging opwekt’. 12 pg 18

 

Wat houdt ‘zelfoverstijging’ in?  De psycholoog Abraham Maslow geeft hierop antwoord. Hij beschrijft zes verschillende ontwikkelingsfasen die kenmerkend zijn voor het leven van een mens. Op het hoogste niveau staat zelfoverstijging.

3. Jezus ontvangt de Geest van God


De mens Jezus bleef na zijn dood een levende Geest. Wat moet ik me hierbij voorstellen? Een antwoord van vier theologen.

 

Labuschagne: Jezus werd bij zijn doop in de Jordaan toegerust met de Geest van God. Deze zou hem in staat stellen om zich te wijden aan zijn bijzondere opdracht. 10, pg 215.

(Overigens: ‘Het is niet alleen Jézus die de Geest van God ontvangt; zij wordt ook geschonken aan gewone mensen’, aldus Labuschagne. 10, pg 213)

 

Op welke wijze zou Jezus na zijn dood blijven leven? (Hij had immers beloofd terug te komen). Het antwoord is dat zijn volgelingen hem zullen leren kennen als ‘een Geestelijk teruggekeerde Jezus’. 10, pg 223 En zó is het ook gegaan!

 

Kuitert: Binnen het Christendom is Jezus de centrale figuur. Hij was een méns die leefde in déze wereld en wilde als Jood de God van Israël nieuw leven inblazen. Merkwaardig dat vele jaren later het idee opkwam dat hij naast een menselijke ook nog een goddelijke natuur bezat.

Jezus heeft zichzelf niet als een buitenaards mens gezien, in het bezit van een goddelijke natuur, maar als méns onder de ménsen, zij het met een bijzondere taak. 06, 1998

 

Doornbos (1946) gaat in zijn boek ‘Achter een Joodse man aan’ ook uit van een ‘Jezus’ die uitsluitend mens was.
Hij vraagt zich af waar het idee vandaan komt om Jezus letterlijk als zoon van God te beschouwen en geeft als antwoord dat dit ongetwijfeld wordt veroorzaakt door het veel te letterlijk lezen van Bijbelteksten. Men hield daarbij geen rekening met de totaal andere taalwereld van de schrijvers. Men zag onvoldoende dat er in geloofstaal werd geschreven te midden van de oosterse verhaalcultuur.
05, pg 109 ev


In navolging van de apostel Paulus plaatst Edward van der Kaaij (1952) Jezus op spiritueel en mythologisch niveau. Hij schrijft dat de Messias van Paulus veel leek op de mysteriegoden in het oude Egypte. Christus als een spirituele verlosser die verbonden was met een andere wereld.

‘Alle gebeurtenissen in het leven van Jezus Christus moeten worden uitgelegd als metafoor van ons eigen ideale bestaan’. 09 pg 173.

 

Het leven van Jezus geschreven in Geloofstaal

Soms wordt in Bijbelteksten gezegd, of minstens gesuggereerd, dat Jezus letterlijk bij God zelf vandaan komt, uit de hemel. Hoe kan dit? Doornbos geeft als antwoord:

De evangelisten schreven hun teksten in geloofstaal. Het zijn stuk voor stuk achteraf geschreven verhalen waarin mensen vertellen over hun ervaringen met Jezus. 05, pg 112

 

Mijn eigen visie

In het bovenstaande is sprake van een dubbele gelaagdheid:

1. De historische Jezus, als een mens die leefde in een aardse werkelijkheid. Als een Joodse man die de God van Israël nieuw leven wilde inblazen. (Labuschagne, Kuitert, Doornbos)

2. Jezus op spiritueel en mythologisch niveau. Als spirituele en mythologische geloofsvoorstelling. (van der Kaaij)

 

Beide visies kunnen probleemloos naast elkaar bestaan, nog sterker: het leven van Jezus is niet voor niets geweest, zijn geest leeft in het mystieke bewustzijn van Christenen verder, tijdloos!

 

4. Het hiernamaals

 

Is het denken over een hiernamaals realistisch? Of is het niet meer en niet minder dan een geloofsvoorstelling?

 

Inleiding

Het is de filosoof Plato die ca. 400 v Chr een basis legde voor een dualistisch wereldbeeld, een bovenwereld en een aardse wereld.
Kenmerkend voor de bovenwereld is dat daar de oerbeelden bestaan van alles wat we op de aarde tegenkomen, mensen, dieren en dingen. Deze bestaan eeuwig, in perfecte vorm.

Kenmerkend voor het aardse leven is het omgekeerde. Alles wat daar bestaat is tijdelijk, onvolmaakt en aan verval onderhevig. Niets is er blijvend.

Met de mens, als bezield wezen, is iets uitzonderlijks aan de hand. Vanuit een vóór-bestaan daalt een ziel naar de aarde om daar plaats te nemen in het fysieke lichaam van een mens.  

Deze ziel blijft het hogere en onsterfelijke deel van een mens en verlangt ernaar ná het aardse leven weer terug te keren naar de bovenwereld waar hij zijn eeuwige leven kan voortzetten.

Wat we als mens goed moeten weten is dat we door onze beperktheid dénken dat we dat op deze aarde in de werkelijkheid leven, maar dit is slechts een schijnwerkelijkheid.

Met deze visie distantieert Plato zich van het aardse leven en zoekt de ware werkelijkheid in het rijk van de oerbeelden, de ideeën, die eeuwig zijn en onveranderlijk.

De schrijvers van het Nieuwe Testament gingen door met deze gedachte. Hemel en aarde bleven volstrekt gescheiden. Bij de lichamelijke dood stijgt de menselijke geest op naar een andere, hogere werkelijkheid.
Tot de Moderne tijd, de Verlichting, bleef deze opvatting bestaan.

 

Hoe wordt er tegenwoordig over het ‘hiernamaals’ gedacht?

Typerend voor de Moderne tijd is de uitspraak van de filosoof Schopenhauer (ca 1850).
Hij schrijft ‘
Ik weet dat mijn bestaan net zo kortstondig is als een lichtflits tussen twee duistere eeuwigheden42, pg 196

 

We zien hier hoe de dualistische visie van Plato definitief wordt verlaten en vervangen door een relatief kort menselijk bestaan dat plaats vindt als een onderbreking van ‘de duistere eeuwigheid’.

 

Hoe ga ikzelf om met deze ‘lichtflits’-gedachte? Het betekent nogal wat om een hemelse eeuwigheid in te wisselen voor een aardse werkelijkheid.

 

Het zijn opnieuw Liberaal-Christelijke theologen die duidelijkheid bieden.

 

Het is Kuitert die naadloos aansluit bij de uitspraak van Schopenhauer. Hij schrijft “Wij zijn onszelf een raadsel, weten niet waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Waarom zijn we er maar even, en daarna niet meer? Elk mens is een tijdelijk verschijnsel. Zijn macht, waarde en waardigheid is begrensd door zijn tijdelijkheid.

Mensen zijn niet onsterfelijk, en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit. Het hierNA-maals ruilen we in voor het hierNU-maals”. 06, 2002, pg 206

Duidelijker kan het niet!

 

Maar hoe staat het dan met mijn relatie met het goddelijke? Het is toch de God Jahwè die altijd met mij mee gaat? Kuiterts antwoord is weliswaar positief maar voegt daar wel aan toe dat God met ons mee gaat zolang we ademen.
Hij schrijft hierover: “
Geest en adem horen bij elkaar, de samenhang tussen die twee verduidelijkt waarom wij voor een tijd een plaats van god zijn. Doodgaan is inleveren, adem inleveren. Wij zijn - heel letterlijk - voor ons bestaan aangewezen op lucht, op de lucht die we inademen. Is er geen lucht meer, dan stokt de adem en gaan we dood, en omgekeerd is doodgaan ophouden met ademen. Aangewezen op adem, op iets van buiten: dat element delen mensen met elkaar, zo handhaven ze zich. Zolang het duurt, ademen houdt een keer op: een mens blaast de laatste adem uit, zeggen we. We zijn 'plaats van god' af, als we doodgaan”. 06, 2002, pg 195/196

 

Zoals eerder gezegd gaan we in deze Moderne Tijd niet meer mee met de visie van Plato’s ‘Bovenwereld’. Hetzelfde gebeurt met het ‘Hiernamaals’.

Wat nu?
Twee oplossingen: je sluit je aan bij de grote stroom kerkverlaters óf je neemt de woorden van Kuitert serieus waar hij zegt “De troost van een hiernamaals in te ruilen voor de upgrading van het nu, dat is het waar ik de voorkeur aan geef.
Als we het doodgaan aanvaarden als natuurlijk lot, blijven we bovendien dicht bij de ervaring van het werkelijke leven. Geest is niet ons eigendom, het doodgaan bewijst dat tamelijk rigoureus. Het fantaseren van een verlengstuk aan ons leven doet in elk geval niets af of toe aan het harde feit van dat 'inleveren'. De hemel kun je ontkennen, bijzetten bij de illusies, maar dat je de geest weer inlevert, daar kan geen mens omheen. Wie dood is, is uitgepraat. 'De geest keert terug' is dus veel realistischer.

De uitdrukking stamt uit het boek Prediker, een bijbelboek van een auteur die alle verhalen over god, mens en wereld achter zich heeft gelaten. In hoofdstuk 12 vers 7 is te lezen 'De geest keert terug tot God, die hem heeft gegeven'. We hebben de geest maar even, zolang als we leven”. 06, 2002 pg 209

“Geest is niet een bezit, mensen zijn geen eigenaars. Hij is er voor een bepaalde tijd, en daarna houdt het leven op, en dat 'ophouden' is hetzelfde als: de geest keert terug tot wie hem heeft gegeven”. 06, 2002 pg 210 

 

Hoe denkt Carel ter Linden hierover?

Hij schrijft ‘Ik kan mij een perspectief over de grens van de dood als gelovige niet indenken. En wel omdat God, het levensgeheim, een geestelijke werkelijkheid is. De dragende kracht van deze wereld en van dit leven’.
'Leven' betekent: mij
in mijn leven voor deze krachten openstellen, om hiermee in verbinding met God te blijven, en mijn roeping als mens te kunnen vervullen. Maar ik kan die krachten niet los denken van ons lichamelijk en geestelijk bestaan op aarde, waarmee ze onverbreekbaar verbonden zijn. Als ik sterf, houdt die verbinding op. Die krachten hebben dan hun werk gedaan.’ 03 pg 176

 

Rochus Zuurmond  heeft een heel andere invalshoek. Hij laat daarmee zien dat we er lange tijd naast hebben gezeten.

Hij zegt “Als het over het hiernamaals gaat, moet worden bedacht dat 'leven' en 'dood' in de Bijbel geen primair biologisch gedefinieerde begrippen zijn, maar vooral sociale noties. 'Leven' is het goede, actieve leven, samen met anderen”. 08 pg 145

 

Mijn eigen visie

Voor mij is het duidelijk. De hierboven genoemde theologen geven mij een overtuigend antwoord. De levensloop van alles wat leeft, dus ook van de mens, bestaat uit drie fasen: groei, bloei en verval. Mensen zijn niet onsterfelijk en hebben ook niet een onsterfelijke component. Als de levensgeest is geweken is het over en uit.
Hoe een mens verder leeft na zijn dood? Het antwoord is: in zijn kinderen, in zijn familie. Het leven wordt zowel genetisch als epigenetisch doorgegeven, zowel via erfelijkheid als door middel van opvoeding.

 

Gnostiek

Op grond van mijn interpretatie van het ‘hiernamaals’ neem ik afstand van stromingen als gnostiek en esoterie. Zeker waar het gaat om theorieën over leven na de dood, o.a. beschreven door Moerland 60 en Slavenburg 61. 

 

5. Het Kruis als verzoening

Er bestaat veel onrecht in deze wereld, veroorzaakt door o.a. hoogmoed, hebzucht, jaloezie, woede en onwetmatig machtsvertoon. Hoe hiermee om te gaan?

Kan dit alles worden rechtgezet door Jezus die voor ‘al onze zonden’ stierf aan het kruis? En daardoor vrede en verzoening mogelijk maakte?

De logica hiervan is voor mij niet te vatten.

De teksten die ik hieronder geef spreken mij wél aan.

Het is de evangelist Marcus die de betekenis van het kruis weergeeft. Hij schrijft ‘keer om op je egoïstische levensweg en ga mee op het pad van de waarheid, van het licht. In Marcus 8 vers 34 is te lezen dat Jezus de menigte bij zich riep en zei ‘wie mijn volgeling wil zijn moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen’.

 

De theoloog Cees den Heyer (1942-2021)  schreef een boek over de ‘Verzoening’ (1997). Hij komt daarin tot de conclusie dat de verzoeningsleer waarbij Jezus is gekruisigd om God en mensen te verzoenen niet als dogma is terug te vinden in de Bijbel.

 

De Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas, 20e eeuw, schrijft dat ‘verzoening in Christus’ niet verstaan zou moeten worden als een miraculeuze goddelijke vergeving van alle zonden maar veeleer als appél aan mij persoonlijk tot een Messiaanse levenshouding waarbij ik, bevrijd van het kwaad dat mij isoleert en mij op mezelf richt, mij verantwoordelijk weet voor alle anderen.

 

Mijn conclusie? De verzoeningsleer is geen leer, het is niet anders dan een geloofsvoorstelling. Deze is niet verbonden met een waar gebeurde werkelijkheid.  ‘Verzoening in Christus’ zou moeten worden toegespitst op ons hedendaagse leven. De filosoof Levinas geeft mijns inziens de juiste invulling met bovenstaande tekst!

 

En verder…

Het menselijk zondebesef is de basis voor een ‘verzoening’. Het begrip ‘zonde’ is nauw verbonden met het godsbeeld dat mensen hebben. Nu blijkt dat ook op dit punt een verandering gaande is! De overgang naar een post-theïstisch zondebegrip.

 

6. Een post-theïstisch zondebegrip

Een psalm of gebed waarin de door mijzelf gemaakte zonden centraal staan heeft mij nooit aangesproken. Ik kon er niets mee, niet in mijn adolescentiejaren en nu nog steeds niet. Om die reden waren de woorden van Kuitert voor mij een opluchting: ‘De christelijke religie heeft te lang mensen klein gehouden. Eeuwenlang heeft de kerk mensen zondebesef ingedruppeld, en daarmee het leven van miljoenen mensen geordend, bepaald, ook ontregeld, en vaak gefnuikt. Gewone mensen waren zondaars, en dat moesten ze weten: zondaars mogen niet te hoog van de toren blazen’ 06 2002, pg 159

Een gedachte die ik graag overnam kwam van de theoloog Henk Berkhof. Hij schreef dat de gewetensvolle mens onderweg is naar het goede. 11, 1969. Een heel positief uitgangspunt! Dit vond plaats in de jaren 1970.

Het deed me goed toen ik jaren later kennis nam van een eigentijds en vernieuwd zondebegrip. Het was Fokko Omta, theoloog, geb. 1956, die dit als onderwerp had gekozen voor zijn dissertatie (2019). 13
Hij schrijft “er is onder veel Christenen een verandering gaande waarbij men van het traditioneel theïstisch beeld van een persoonlijke God
verschuift naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als kracht of geest”. Zonde grijpt mensen niet aan op hun zwakheden, maar is gericht op hun kracht.

Hoofdstuk IV. De mens als zingever

 

‘Wat is de zin van mijn leven? Dit is een vraag die de hedendaagse mens zichzelf stelt. Het is voor hem van essentieel belang dat zijn leven betekenis heeft.

De filosoof Frank Martela (1981) schrijft dat ‘bijna iedereen weleens wordt overvallen door het gevoel dat zijn bestaan volledig zinloos is. Dit kan gebeuren wanneer je je werk ervaart als nutteloos. Of dat je te maken krijgt met een groot verlies zoals de dood van iemand waar je heel veel van houdt. Ineens komt de gedachte bij je op: mijn leven stelt niets voor, mijn leven is zinloos geworden’. 44

 

De psycho-analyticus Erik Erikson beschrijft acht ontwikkelingsfasen die een mens tijdens zijn leven doormaakt, van Baby tot Late Volwassenheid. 

Kenmerkend voor de laatste periode is dat een mens terug kijkt op zijn eigen leven, vragend naar wat de zin ervan is geweest. 34, pg 238-259

 

1. Is onze wereld maakbaar?

Een populaire gedachte in deze tijd is dat we de wereld naar onze hand kunnen zetten, dat we in een ‘maakbare wereld’ leven. Men kan tegenwoordig veel, met name op het gebied van techniek, economie en geneeskunde. In onze huidige wereld leggen we ons lot niet meer in de handen van een God, maar van onszelf. Ons tijdperk is er één van individuele verantwoordelijkheid. We zijn bezig met zelfbeschikking. We willen ook ons ZIJN regelen (wie ik in wezen ben) en de ZIN van ons leven (het weten waarvoor ik leef). Maar daar gaat het mis. Hoe kan dit? Heidegger en Hendrikse geven antwoord op deze vraag.

Zin geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet.

De filosoof Martin Heidegger (1889-1976) zegt “als het bestaan een zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf maken. Vertrouwdheid en overgave aan het bestaan zijn daarvoor noodzakelijk.

De wereld waarin ons bestaan zinvol kan zijn, wordt niet van begin af aan door onszelf ingericht. ‘Zin’ geef je niet aan je leven. Zin is er of is er niet. Je kunt hem niet ‘produceren’ zoals we dat doen met een gebruiksvoorwerp. Zin is meestal onopgemerkt aanwezig binnen ons bestaan”. 40, 2017, pg 275

 

Je leven is maar ten dele maakbaar.

De theoloog Klaas Hendrikse schrijft ‘Je leven is geen eigen fabricaat, je hebt jezelf niet gemaakt, en datgene waar je gelukkig van wordt ook niet.
De tijdgeest stelt de mens voor als een onafhankelijk, autonoom individu dat zelf verantwoordelijk is voor het uitstippelen van de route naar een geslaagd leven. Of het nu gaat om succesvol zijn, er jonger uitzien dan je bent, veiligheid, welstand, geluk of bewondering, er leeft of heerst in onze samenleving een collectieve veronderstelling dat we ons leven in eigen hand hebben. Het ideaal is de vrije mens die heer en meester is over zijn eigen leven’.

‘Dit is onzin’ schrijft Hendrikse: ‘je kunt wel zelf bepalen dat je morgen op reis gaat, maar niet dat je levend terugkomt. Iedereen is afhankelijk van omstandigheden die niet beheersbaar zijn. Je leven is maar ten dele maakbaar, het is vooral kwetsbaar: het komt zoals het komt, met gebreken, mislukkingen en teleurstellingen. Tragiek ligt altijd op de loer en er bestaat geen God die je behoedt voor tegenslag en verdriet.’ 02, 2007, pg 100

 

2. De interpreterende mens

Bestaat er een wetenschappelijke manier om mensen te bestuderen? Deze zelfbewuste, egocentrische en aanhankelijke wezens?

Ja, dé methode die hiervoor in aanmerking komt is de hermeneutiek. Deze geeft dé manier aan om studie te maken van de mens als zingevend wezen.

Het is de mens die op subjectieve wijze betekenis geeft aan datgene wat hij waarneemt. Mensen zijn interpreterende wezens, die altijd 'iets' waarnemen 'áls iets'Twee mensen kijken naar hetzelfde verschijnsel en zien toch iets anders.

 

Heidegger schrijft dat het bij de hermeneutiek gaat om het begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Waarom neemt iemand déze specifieke houding aan en niet een andere? De wereld laat zich nooit neutraal of objectief zien maar verschijnt alleen als een wereld-van-betekenis. 40, 2017 pg 27

3. Mijn mystieke wereld

 

In een spirituele wereld worden mensen aangedaan of aangeraakt door het oneindige, het irrationele. Het is alleen de mens die de mogelijkheid heeft dit te beleven, dit vanwege zijn geest die verbonden is met het mystieke, het goddelijke. Deze verbinding overkómt je als mens. 12 pg 16

 

Dit verschijnsel kan zich op allerlei momenten voordoen, in het bijzonder in de omgeving van kunst, religie en filosofie. Hierbij volg ik de indeling van de filosoof Georg Hegel. 12 pg 17

Hieronder een indruk van mijn eigen mystieke ‘wereld-van-betekenis’.

 

Kunst

Het is Harry Kuitert die mij inspireerde om allerlei mystieke ervaringen een plaats te geven waar ze thuishoren, namelijk in het verhaal van de religieuze wereld. Het gaat daarbij om begrippen als God, paradijs, engelen, hemel, e.d.  06, 2005, pg 190,192

 

a. Klassieke muziek

Wat gebeurt er als ik naar klassieke muziek luister? Ik word opgetild in een wereld van muzikale schoonheid. Het is een genieten en een afdwalen naar een innerlijke wereld. Niet precies in woorden uit te drukken, het overkomt me. Met een variatie op Kuiterts woorden: het Goddelijke is van muzikale taal, de hemel is van muzikale taal, het paradijs waar de engelen je naar toe mogen dragen, is ook van muzikale taal.
Het is alles van taal en moet van taal blijven, wil het zijn betekenis houden.

 

b. Beeldende kunst

Waarom bezoek ik - samen met mijn vrouw - tijdens vakanties zo graag musea, kathedralen, kerken en kloosters?

Ik ervaar daar op willekeurige momenten een schoonheid die mij dicht brengt bij het mystieke.

Ook hier de variatie op Kuiterts woorden: het Goddelijke is van beeldende taal, de hemel is van beeldende taal, het paradijs waar de engelen je naar toe mogen dragen, is ook van beeldende taal.
Zie als voorbeeld de kathedraal San Fermo in Verona.

 

Religie

De religieuze wereld bevindt zich aan de binnenkant van het menselijk bewustzijn, niet rationeel kenbaar. Het is de heilige wereld van het absoluut goede, ware en schone, oerbeelden die een mens alleen maar op subjectieve wijze kan beléven.

 

Tijdens een kerkdienst worden aanwezigen uitgenodigd om hun mystieke bewustzijn ruimte te geven en zich open te stellen voor een Bijbelse boodschap. Deze volgt niet alleen de weg van de verkondiging maar ook die van de muziek en de kunst.

 

Filosofie
De filosofie heeft mij inzicht gegeven in een fundamenteel andere manier van denken. Van Bertrand Russell,
41 pg 15, weet ik dat filosofie een wetenschap is die zich bevindt in een soort niemandsland dat open ligt voor aanvallen van enerzijds de theologie en anderzijds de wetenschappen.

 

Het waren de colleges filosofie van de hoogleraar J.G. Bomhoff die bij mij een doorbraak teweeg brachten. Dit gebeurde eind jaren 1960.

Ik ontdekte dat ‘filosofie’ je leven buitengewoon kon verrijken en je ongekende perspectieven kon bieden.

Na verdergaande studie kan ik zeggen dat dit weblog er door wordt gekenmerkt: de filosofische antropologie vormt de basis voor mijn eigen ‘mensbeschouwing’.

 

Conclusies

Niet een theologische maar een filosofische antropologie vormt de basis voor mijn ‘mensbeschouwing’. Dit houdt in dat ik me niet richt op een ‘hogere werkelijkheid’ van waaruit mijn leven mogelijk wordt beïnvloed. Waar ik me wél mee bezig houd? Ik denk na over datgene wat ménsen ervaren en beleven, zowel bewust als onbewust, zowel rationeel als irrationeel.

 

Mijn mensbeschouwing is niet in één volzin te formuleren. Vandaar de verschillende componenten.

 

 Filosofie

- Met de buitenkant van het bewustzijn maakt een mens kennis met een zintuiglijk waarneembare wereld. Aan de binnenkant bevindt zich zijn mystieke wereld: het schone, het heilige en het goddelijke.


- Als het bestaan zin heeft, dan is die er slechts in de mate waarin deze mij toevalt, ik kan die zin niet zelf produceren.

- Mensen willen weten wat de zin van hun leven is. Een gebrek aan zingeving leidt tot een besef van doelloosheid en verveling. Zonder perspectief lijkt niets meer van belang.

- Mensen zijn interpreterende wezens. Ze kunnen niet iets waarnemen zonder daar ook direct betekenis aan te geven.

 

Psycho-analyse

- Het collectief onbewuste is de machtigste kracht in de persoonlijkheid. In dit onbewuste bevinden zich oerbeelden (archetypes). Deze zijn afkomstig van menselijke ervaringen uit een zeer ver verleden.

 

Theologie

- De diepe Bijbelse waarheid heeft als doel richting te geven aan het leven van mensen. Bijbelverhalen geven veelal mythologische en symbolische voorstellingen. Ze zijn de verpakking van een boodschap die ons een nieuwe kijk wil geven op onszelf en op ons bestaan.

 

- Mijn visie is post- theïstisch. Daarin verschuift het beeld van een persoonlijke God naar het ‘goddelijke’ als een immanent principe, als geestelijke kracht. Immanentie bevindt zich bínnen het menselijk bewustzijn, op zowel bewust als onbewust niveau.
- De vele diepliggende Bijbelse boodschappen zijn tijdloos. Het zijn geen verhalen over datgene wat eeuwen geleden heeft plaats gevonden. Ze gebeuren steeds, ook in déze tijd.


- Interpretatie van de Bijbel is tijdgebonden. Afhankelijk van veranderde inzichten zullen geloofsvoorstellingen moeten worden aangepast.

- In plaats van ‘de zondige mens’ kies ik voor een gewetensvolle mens die onderweg is naar het goede.
- Tussen geboorte en dood vindt een menselijk leven plaats. Leeft een gedeelte van hem, zijn geest, verder na zijn dood? Nee, elk mens is een tijdelijk verschijnsel zowel lichamelijk als geestelijk. Op het moment dat een mens zijn laatste adem uitblaast is ook zijn levensgeest geweken.

 

Godsbeeld,  het ZELF en de samenleving

 

Mijn godsbeeld

Uit bovenstaande mensbeschouwing leid ik een godsbeeld af.

Mijn godsbeeld is niet ‘de almachtige God die de hele wereld naar zijn hand zet of hij die mijn levensweg heeft uitgestippeld’. Wat dan wel?

De God die ik voor ogen heb bestaat als een geestelijke kracht die mij, gedurende mijn leven, draagt.

 

Wanneer is er sprake van een goddelijke werkelijkheid?

De filosoof Levinas geeft als antwoord: dit vindt plaats in relatie met de medemens. De goddelijke werkelijkheid verschijnt door interactie tussen ‘ik en de ander'. De ander die je aankijkt, naar je luistert en met je praat. De mogelijkheid bestaat dat die ‘ander‘ (plotseling) de ‘Ander’ wordt, als boodschapper van het verhevene, het goddelijke.

Kom tot je ZÉLF

Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen bestaan. Kom tot je ZÉLF. Maak het jezelf niet gemakkelijk door mee te liften met diegene die wél een eigen gefundeerde godsdienstige opvatting heeft. Die ander ben jij niet en jij bent die ander niet. Wees jezelf!

De filosoof Nietzsche voegt daaraan toe: “Het blijkt dat het er bij ‘worden wie je bent’ niet om gaat om een ‘ZELF’ te vinden waar je altijd al naar op zoek bent geweest. Jouw ZELF is voortdurend actief, een doorgaand proces dat goed wordt weergegeven door het werkwoord worden. De blijvende en duurzame aard van het mens-zijn is dat je steeds verandert in iets anders. Wat je bent, is in wezen een actieve transformatie”.

 

De samenleving

Toch kun je niet uitsluitend op zoek gaan naar je eigen zélf. In onze samenleving bestaan algemene waarden die je in acht hebt te nemen, of dit nu in je mensbeeld past of niet. Welke zijn dat?
Het
zijn waarden die tijdloos zijn, altijd en overal aanwezig. Ze hebben betrekking op ethische en sociale minimumeisen die binnen onze samenleving gelden, ze overstijgen de individuele mens.


Tot slot

 

De overwegingen die op dit weblog staan geschreven geven mij een goed gevoel. Mijn gedachtegoed is beter geordend en verder verdiept. Het omvat beschouwingen die gefundeerd zijn op het werk van (voor mij interessante) filosofen, theologen en psychologen.

 

Overigens ben ik me ervan bewust dat de mogelijkheid blijft bestaan dat de inhoud van dit weblog verandert. Niets is blijvend…

Hiermee sluit ik aan bij de Griekse filosoof Heraclitus (ca. 500 v Chr) die zegt:


‘alles stroomt, niets is blijvend’

‘Wat er is, kun je vergelijken met de stroom van een rivier,
je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’.

 

 

Opsteller van dit weblog

Bernard Sietses (1945)
studie doctoraal pedagogische wetenschappen, Universiteit Leiden

loopbaan docent Protestants Christelijke Pedagogische Academie, Den Haag

www.sietsesvandam.nl/mensbeschouwing


Literatuur


Theologie:

01 Tjeu van den Berk, 2011, Het oude Egypte: bakermat van het jonge Christendom

02 Klaas Hendrikse, 2007, Geloven in een God die niet bestaat

02 Klaas Hendrikse, 2011, God bestaat niet en Jezus is zijn zoon

03 Carel ter Linden, 2014, Wat doe ik hier in godsnaam? Een zoektocht

04 Nico ter Linden, 1996-2003, Het verhaal gaat… Zes delen

05 Harry Doornbos, 2003, Achter een Joodse man aan

 

06 Harry Kuitert, 1974, Zonder geloof vaart niemand wel

06 Harry Kuitert, 1998, Jezus nalatenschap van het Christendom. Schets voor een christologie
06 Harry Kuitert, 2002, Voor een tijd een plaats voor God

06 Harry Kuitert, 2005, Hetzelfde anders zien

06 Harry Kuitert, 2014, Kerk als constructiefout

 

07 Ton Veerkamp, 2015, De wereld anders. Politieke geschiedenis van het grote verhaal

08 Rochus Zuurmond, 2018, God en de moraal. Een andere kijk op bijbelse ethiek

09 Edward van der Kaaij, 2015, De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld.
10 Casper Labuschagne, 2000, Zin en onzin rond de bijbel, Bijbelgeloof bijbelwetenschap en bijbelgebruik. Beschouwing over de bedoeling van de schrijvers van oudtestamentische teksten

11 Henk Berkhof, 1969, De mens onderweg

11 Henk Berkhof, 1973, Christelijk geloof

12 Rick Benjamins, Jan Offringa, Wouter Slob, 2016, Liberaal Christendom, ervaren doen denken

13 Fokko Omta, 2019, Tijd voor een post-theïstisch zondebegrip

 

Godsdienstsociologie

19 Meerten ter Borg, 2010, Vrijzinnigen hebben de toekomst

Psychologie:

20 Dick Swaab, 2010, We zijn ons brein

20 Dick Swaab, 2016, Ons creatieve brein

21 Daniel Kahneman, 2019, Ons feilbare denken

22 Dirk J. Bakker, 2012, Wind in het grijze woud; het brein als ontvanger en gever van leven

23 Abraham Maslow, 1974, Motivatie en persoonlijkheid

23 Duane Schultz, Groeipsychologie, 1979. Hierin: Het mensbeeld van Abraham Maslow

 

Psychiatrie:

30 Carl G. Jung, 1977, Archetypen

30 Carl G. Jung, 1982 Oerbeelden.
30 Duane Schultz, 1979, Groeipsychologie. Hierin: Het mensbeeld van Carl Jung

31 Dirk De Wachter, 2012, Borderline times. Het einde van de normaliteit

32 Edith Eger, 2018, De keuze. Leven in vrijheid.
33 Frankl Viktor, 1978, De zin van het bestaan, een inleiding tot de logotherapie

34 Erik H. Erikson, 1971, Het kind en de samenleving

 

Filosofie:

40 Ger Groot, 2017, De geest uit de fles. Hoe de moderne mens was en wie hij is

40 Parallel hieraan te beluisteren ca 88 hoorcolleges op acht CD‘s. (8 X 60 minuten)

41 Bertrand Russell, 1990, Geschiedenis der westerse filosofie
42 André Klukhuhn, 2020, De vreemde lus. Over bewustzijn en het verbond tussen wetenschap, kunst, filosofie en mystiek

43 John Kaag, 2019, Met Nietzsche de bergen in

44 Frank Martela, 2020, Een prachtig leven. Hoe vind je zin in je bestaan?

 

Geschiedenis:

50 Stephen Fry, 2017, Mythos De Griekse mythen herverteld

51 Yuval Harari, 2015, Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid

51 Yuval Harari, 2015, Homo Deus: een kleine geschiedenis van de toekomst

52 Agnes Amelink, 2001, De Gereformeerden

53 Wim Wijnands, 2012, Niet fietsen op zondag. Kleine kroniek van een gereformeerde jeugd.

54 Rutger Bregman, 2019, De meeste mensen deugen. Een nieuwe geschiedenis van de mensheid
55 Nicolaas F. Noordam, 1976, Inleiding in de historische pedagogiek

 

GNOSTIEK

60 Bram Moerland, 2017, Gnosis en gnostiek

61 Jacob Slavenburg, 1994 Nag Hammadi geschriften I

61 Jacob Slavenburg, 1995 Nag Hammadi geschriften II

61 Jacob Slavenburg, 2006, De vrouw die Jezus liefhad, Maria Magdalena

 

Bijlagen

 

Mythes en symbolen

 

De religieuze mythe

- Een mythe is een verhaal over goden en helden in een onbepaald verleden, dat niet werkelijk is gebeurd, maar waarin wel een diepe waarheid wordt verteld over de wereld en het menselijk leven. Het vroege Christendom is geënt op ideeën in het Oude Egypte.

- Kuitert: ‘Alleen in het verhaal, in de religieuze mythe, kan het echt gebeuren. Als we in het verhaal blijven, dan klopt de wereld niet, het gebeurt niet echt wat we daar lezen. We horen God niet spreken, als we in nood gezeten zijn, in tijden van grote of kleine rampen helpt Hij ons niet. 'Waar blijft God?' roepen de mensen, maar ze krijgen geen antwoord.’ 06 2005, pg 92

 

Symbolen

- ‘Tal van waarheden die men christelijk is gaan noemen, bestonden al duizenden jaren eerder in het Nijldal, zoals goddelijk zoonschap, maagdelijke geboorte, verrijzenis uit de dood, verblijf in de onderwereld, onsterfelijke ziel’. 01

- ‘De godsdienstfenomenologen hebben ons geleerd op wat voor wijze de eerste christenen in hun levensbeschouwing aansloten bij de mythen en symbolen van de Oude Egyptenaren. En hoe een dergelijk symboliseringsproces in zijn werk ging. Het is niet zo, stellen zij, dat de christenen die beelden bewust ontleenden aan andere culturen, maar dat die beelden zelf, hen onbewust dreven’. 01

 

Archetypen (oerbeelden)

Carl Jung heeft ons het verband laten zien tussen symbolen en archetypen.

- Van der Kaaij: ‘Christenen brengen hun boodschap onder woorden op basis van archetypen. Het evangelie is een afspiegeling van wat in onze psyche verankerd ligt. Het lag - en ligt - in de diepste laag van ons bewustzijn opgeslagen’. 14, pg 272.

- Van der Kaaij: ‘Er zijn in wezen geen principiële grenzen tussen de godsdiensten, ze zijn uit hetzelfde hout gesneden, uit dezelfde bron opgeweld.’ Moslims, christenen, joden e.a. staan in hun diepere laag, het collectief onbewuste, in dezelfde traditie. 14,pg 127

Metaforen

- Edward van der Kaaij: ‘Of Jezus letterlijk is opgestaan uit de dood doet er helemaal niet toe. Het gaat er om dat je als gelovige zelf opstaat uit je (geestelijke) dood. En of Jezus letterlijk blinden ziende heeft gemaakt is niet van belang, de genezing wil ons ertoe brengen dat wij zelf onze blindheid zien. Of Jezus doven de oren heeft geopend maakt niet uit, het gaat erom dat Jezus ons gehoorzaam maakt’.

Geen enkel ‘feit’ uit het leven van Jezus doet er toe, het kan net zo goed niet echt gebeurd zijn. Van de historische Jezus los, zou ik de verhalen zo uitleggen dat de wonderen ons ertoe willen brengen dat wij in Christus gaan horen en zien en in Christus uit onze dood opstaan. Dus dat hij de Levende in ons bestaan wordt. 

De opstanding, maar ook het leven van Jezus Christus, moet worden uitgelegd als metafoor van ons eigen ideale bestaan’. 14, pg 147

- Meerten ter Borg: Vanaf de Verlichting kon de Bijbel niet meer gelden als Gods woord. Zij werd een verzameling geschriften uit verschillende meer of minder barbaarse perioden. Men moest de sociale positie en de belangen van de schrijvers (meestal priesters), in de beschouwingen betrekken. De Bijbel is hooguit door God geïnspireerd. De verhalen moeten goeddeels als metaforen (beeldspraak) worden opgevat. 19

 

Maslow. Zes niveaus van menselijke behoeftes

 

De psycholoog Abraham Maslow (1908- 1970) ontwikkelde een goed bruikbare theorie over het leven van een mens: behalve voldoende aandacht voor basis- en psychologische behoeften richt een mens zich op verdergaande verwerkelijking van zijn eigen ZELF 23, pg 73

Schematisch: 

 

A. basisbehoeften. Ze zijn voorwaarden om te (blijven) leven.

1. Fysieke behoeften.  Voldoende water, voedsel, lucht, slaap en seksualiteit.
2. Behoefte aan veiligheid. Hierin gaat het om bescherming, sociale en politieke stabiliteit.

 

B. psychologische behoeften. Deze dragen bij tot een psychisch welzijn. Elk mens zal daar op zijn eigen wijze invulling aan geven.
3. Sociale inbedding. Het hebben van een goede relatie met een andere persoon of met mensen in het algemeen.
4. Waardering. Te onderscheiden in a. Waardering door anderen. en b. Zelfwaardering. Het vertrouwen in ons zelf. Ons zelf waardig en toereikend voelen.

C. De being values (het terrein van ‘een waardevol bestaan’).
Het gaat hier om gemotiveerde mensen die niet alleen hun eigen talenten willen optimaliseren, maar ook zichzelf willen overstijgen.

5. Zelfverwerkelijking. De verwerkelijking van eigen talenten.
6. Pas later komt in het werk van Maslow de zesde fase expliciet aan de orde: zelfoverstijging, zelftranscendentie. Op dit niveau passeert een mens de grenzen van het hier en nu. Hij bevindt zich in zijn ‘meditatief bewustzijn’.

 

Erik Erikson. Acht levensfase

 

Erik Erikson (1902-1994) was een psycholoog die zich richtte op de psycho-analyse. Hij zag de psychische ontwikkeling als een levenslang proces. In zijn theorie noemt hij acht fasen met links het optimale en rechts het zorgwekkende resultaat.

 

1. Vertrouwen versus fundamenteel wantrouwen. Babytijd (0-1,5 jaar)
In de baby-fase ontstaat de hechting met de moeder. In deze fase ontstaat het Basisvertrouwen ('basic trust'). Een vertrouwen dat gedurende het hele leven een basis vormt voor de relatie met je medemens. Psychische beschadiging in deze ontwikkelingsfase leidt tot een fundamenteel wantrouwen gedurende alle latere levensfasen.

 

2. Zelfstandigheid versus schaamte en twijfel. Peuter leeftijd (1,5-3 jaar)
De omgeving geeft de peuter aanmoediging om te komen tot onafhankelijkheid en exploratief gedrag. Ouders kunnen teveel of te weinig beschermend zijn. In beide gevallen wordt de exploratiedrang van het kind geremd en loopt zijn ontwikkeling schade op.

3. Initiatief versus schuldgevoel. Kleuter leeftijd  (3-6 jaar)

Een kleuter leert zelf activiteiten te ondernemen en kleine taken te verrichten, zoals het aan- en uitkleden. Het kind heeft plezier met wat hij doet en tot stand brengt. De kleuter kan ook onvoldoende ruimte krijgen om zijn ondernemingszin uit te leven. Het kan ook zijn dat hem te weinig veiligheid en structuur wordt aangeboden. In deze gevallen zal het kind zich schuldig gaan voelen in plaats van te genieten van wat het bereikt.

4. Vlijt versus minderwaardigheid. Kindertijd (6-12 jaar)

In deze fase leren we allerlei vaardigheden die we nodig hebben om succesvol te kunnen zijn in de maatschappij; niet alleen basale zaken als lezen en schrijven, maar ook verantwoordelijkheid nemen en sociale vaardigheden.

5. Identiteit versus identiteitsverwarring. Adolescentie (12-18 jaar)
Bij de overgang van kind naar volwassene gaat de adolescent door een identiteitscrisis, stelt vragen als ‘wie ben ik’ en ‘wat wil ik’? Als hij geen duidelijk antwoord vindt dan zal hij steeds op zoek blijven naar de rol die hij heeft (zal hebben) in het leven. Het kan resulteren in een goede identiteitsontwikkeling of juist voor verwarring zorgen. Het gevaar is dat een adolescent een negatief zelfbeeld ontwikkelt.

6. Intimiteit versus isolement. Vroege volwassenheid (18-35 jaar)
In deze fase gaan we ons betrokken voelen bij ons werk en ontwikkelen we duurzame, intieme relaties. Als we daar niet in slagen, kampen we met gevoelens van eenzaamheid en afzondering of wisselen regelmatig van partner.

7. Openstaan voor verandering versus stagnatie. Middelbare leeftijd (35- 60 à 65)

Dit is onze meest productieve periode. We brengen kinderen groot, maken carrière en helpen anderen. Het is de fase waarin we onze levensdoelen waarmaken. Slagen we daar niet in dan raken we in onszelf gekeerd en stagneren we onze ontwikkeling. Tevens kunnen er dan emotionele problemen en zorgen ontstaan.

8. Tevredenheid versus wanhoop.  Late volwassenheid (vanaf 60 à 65 jaar)

We vragen ons af wat de zin van het eigen leven is (geweest). We doen een poging onder woorden te brengen wat het leven waarden-vol maakt. Het geheel leidt tot een mensbeschouwing, in gesprekken en soms ook op beschouwelijk niveau.
In deze laatste levensfase kijken we terug op ons leven, op de betekenis ervan en zijn daar in meer of mindere mate tevreden over. Daardoor kunnen we een naderend levenseinde accepteren. Kijken we echter terug met spijt, blijven we treuren om mislukkingen en gemiste kansen, dan zullen we de dood niet accepteren. De laatste levensfase zal gespannen zijn en angstig. 

Literatuur: 34 pg 238-259.